Mark Rutte

Op 14 oktober 2010 werd Mark Rutte minister-president van Nederland, als de eerste liberaal sinds Pieter Cort van der Linden, die tijdens de Eerste Wereldoorlog premier was. Met zijn ‘liberale betovergrootvader’ voelde Rutte ‘een zekere verwantschap’, zo verklaarde hij bij de regeringsverklaring van zijn eerste kabinet.

Mark Rutte (1967) studeerde geschiedenis in Leiden. Na zijn studie werkte hij van 1992 tot 2002 bij Unilever, waarna zijn loopbaan in de landelijke politiek zou beginnen. Aan het begin van de jaren tachtig werd hij lid van de Jongerenorganisatie Vrijheid en Democratie (JOVD) en van de VVD. Van de JOVD was hij van 1988 tot 1991 voorzitter. In de VVD maakte hij van 1993 tot 1997 deel uit van het hoofdbestuur. Rutte had in die tijd een wat linksig imago. Zo had hij zich als JOVD-voorzitter uitgesproken voor een fusie van zijn partij met D66. In 2004 noemde hij de VVD een ‘sleets merk… We zijn nog te veel de partij van Wassenaar, rijke mensen, asociaal beleid.’ Dat beeld was volgens hem echter achterhaald, in werkelijkheid was de VVD ‘veel socialer dan de PvdA’. 

Rutte was toen al in de Haagse politiek beland. In juli 2002 had partijleider Gerrit Zalm hem gevraagd om staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te worden in het eerste kabinet-Balkenende. Rutte behield deze portefeuille in het tweede kabinet-Balkenende, totdat hij in juni 2004 staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap werd. In mei 2006 werd Rutte door de VVD-leden verkozen tot lijsttrekker bij de komende Tweede Kamerverkiezingen, met een kleine voorsprong op Rita Verdonk. Op 27 juni 2006, vlak voordat het kabinet zou vallen, nam Rutte zitting in de Tweede Kamer (waarin hij in januari 2003 was verkozen) en werd hij vervolgens fractievoorzitter. Zo was Rutte in vier jaar tijd van een relatieve buitenstaander zonder enige politieke ervaring in de Tweede Kamer de partijleider van de VVD geworden, als opvolger van Zalm.

Het debuut van Rutte als lijsttrekker bij de Tweede Kamerverkiezingen van 22 november 2006 verliep teleurstellend. Niet alleen verloor de VVD zes zetels, ook behaalde de als tweede op de kandidatenlijst geplaatste Verdonk meer voorkeurstemmen dan hij. Zij betwistte het partijleiderschap van Rutte, waarna hij haar uiteindelijk uit de fractie zette. Nadat de VVD bij de Tweede Kamerverkiezingen van 9 juni 2010 voor het eerst de grootste partij van het land was geworden trad Rutte aan als premier van een minderheidskabinet met het CDA, dat werd gedoogd door de PVV. Al na anderhalf jaar kwam het eerste kabinet-Rutte ten val. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 12 september 2012 behaalde de VVD 41 zetels, het hoogste aantal in haar geschiedenis. Rutte formeerde met de PvdA een kabinet dat de gehele termijn zou uitzitten. De VVD verloor bij de Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart 2017 weliswaar acht zetels, maar bleef de grootste partij. Dit keer werd Rutte premier van een kabinet van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie. 

De blijmoedige Rutte is als politicus positief ingesteld; optimisme is zijn handelsmerk. Hij is ook uiterst pragmatisch – vandaar ook dat hij met zoveel partijen binnen en buiten zijn drie kabinetten kon samenwerken – en wars van ideologische vergezichten. In september 2013 zei Rutte in zijn H.J. Schoo-lezing: ‘ik geloof niet in alomvattende blauwdrukken waarmee maatschappelijke problemen in één klap op te lossen zouden zijn… Als liberaal [verzet] alles in mij zich daartegen.’ Rutte’s lezing getuigde niettemin wel van een eenduidige visie: de burgers kunnen meer en de overheid moet minder doen.

Mark Rutte met de Amerikaanse president Barack Obama in 2014
Mark Rutte met de Amerikaanse president Barack Obama in 2014
Mark Rutte op partijcongres in 2013; links van hem Frits Bollkestein
Mark Rutte op partijcongres in 2013; links van hem Frits Bollkestein